Pensioenfederatie betrekt onderzoek AFM bij verder verbeteren communicatie nabestaandenpensioen

De communicatie over nabestaandenpensioen kan zichtbaarder, persoonlijker en duidelijker over de momenten waarop deelnemers in actie moeten komen. Dat blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) onder zeven pensioenfondsen, verzekeraars en premiepensioeninstellingen (PPI’s) die al regelingen in het vernieuwde pensioenstelsel uitvoeren. De Pensioenfederatie neemt de uitkomsten van het onderzoek serieus en bespreekt deze met haar leden. Waar nodig kunnen pensioenfondsen hun communicatie bijstellen.

Pensioenuitvoerders informeren deelnemers over de hoogte van het nabestaandenpensioen, maar volgens de AFM verdient die informatie soms een prominentere plek. De AFM roept pensioenuitvoerders op de belangrijkste gegevens al in de eerste informatielaag duidelijk te tonen, zodat deelnemers niet hoeven te zoeken naar wat hun partner en kinderen kunnen verwachten. Daarnaast moeten pensioenuitvoerders hun communicatie beter afstemmen op de persoonlijke situatie van deelnemers en nabestaanden. Ook moeten zij expliciet aangeven wanneer deelnemers in actie moeten komen, bijvoorbeeld om een partner aan te melden of bij uitdiensttreding te kiezen of zij de dekking willen voortzetten.

Pensioenfederatie bespreekt uitkomsten met leden

Voor de Pensioenfederatie staat bij dit thema het belang van deelnemers en hun naasten centraal. Deelnemers moeten daarom begrijpen wat hun vernieuwde pensioenregeling hun nabestaanden biedt, wanneer zij zelf iets moeten doen en hoe veranderingen in hun situatie de dekking beïnvloeden.

De Pensioenfederatie neemt het onderzoek van AFM dan ook serieus en bespreekt de bevindingen in de Onderzoeksgroep Nabestaandenpensioen. De onderzoeksgroep gaat na welke lessen pensioenfondsen die al zijn overgestapt naar het vernieuwde stelsel, of binnenkort overstappen, uit het onderzoek kunnen trekken. Met die lessen kunnen pensioenfondsen hun communicatie over nabestaandenpensioen verder verbeteren.

Nabestaandenpensioen in het vernieuwde pensioenstelsel

In het vernieuwde pensioenstelsel dekken pensioenuitvoerders partner- en wezenpensioen vóór pensionering op risicobasis. De hoogte hangt af van het pensioengevend loon, niet van dienstjaren. De wet stelt maxima van 50% voor partners, 20% voor wezen en 40% voor kinderen van wie beide ouders zijn overleden, maar stelt geen ondergrens. Aantoonbaar samenwonenden kunnen onder voorwaarden als partner gelden. Het wezenpensioen loopt tot 25 jaar.

Na uitdiensttreding behouden deelnemers de dekking drie of zes maanden. Tijdens een WW- of Ziektewetuitkering loopt de dekking door. Daarna kunnen deelnemers het partnerpensioen vrijwillig voortzetten vanuit hun opgebouwde pensioenkapitaal. Dat verlaagt hun ouderdomspensioen. Deelnemers moeten daarom bij zulke veranderingen hun dekking en keuzemogelijkheden kennen.

Wij houden u op de hoogte

Uitgelichte artikelen

Pensioenfederatie betrekt onderzoek AFM bij verder verbeteren communicatie nabestaandenpensioen
Pensioenfederatie betrekt onderzoek AFM bij verder verbeteren communicatie nabestaandenpensioen
“Samen aan de slag om keuzebegeleiding verder te brengen”
“Samen aan de slag om keuzebegeleiding verder te brengen”
CX = Experimenteren voor betere deelnemersdienstverlening
CX = Experimenteren voor betere deelnemersdienstverlening
Gelukkig maar: ook ‘samen in een nieuwe wereld’ zijn pensioenfondsen nog lang niet klaar
Gelukkig maar: ook ‘samen in een nieuwe wereld’ zijn pensioenfondsen nog lang niet klaar
Pensioenfondsen positief over NII
Pensioenfondsen positief over NII