Tijdens de jaarbijeenkomst van het IMVB-convenant lichtte de monitoringcomissie een tipje van de sluier over de voortgang over 2021. Het rapport verschijnt in januari 2023. Eén op de vijf pensioenfondsen, veelal de groteren, hadden in 2021 alle onderdelen van de OESO-richtlijnen geïmplementeerd. Op alle onderdelen is vooruitgang gemeten ten opzichte van het voorgaande jaar. Het eindrapport over de hele convenantsperiode van vier jaar volgt later in 2023.
Terugkijkend op de convenantsperiode gaven de partijen aan dat de vier jaar zeker nodig was. In de beginfase moesten pensioenfondsen, NGO’s, overheid en vakbonden elkaar nog leren kennen. Een belangrijk voordeel van de intensieve samenwerking is dat de sector nu goed is voorbereid op wetgeving vanuit Europa over het implementeren van OESO-richtlijnen. Over de kwaliteit en uitvoerbaarheid van die wetgeving kan de sector inmiddels op detailniveau het gesprek aangaan in Europa. Voor echte ‘impact on the ground’ is echter meer nodig dan alleen wetgeving. Wetgeving zorgt voor een minimum standaard en dat is goed. Een vrijwillig convenant daarentegen laat zien dat er ambitie is in de sector. Een ander voordeel is het gezamenlijk optrekken in engagement. Vakbonden, NGO’s, het minister van Buitenlandse Zaken en pensioenfondsen zetten gezamenlijk druk op partijen waarin pensioenfondsen belegd zijn om hen te bewegen tot betere arbeidsomstandigheden in hun bedrijf of de keten. De samenwerkende partijen lichtten de geleerde lessen toe over de casussen Biodiversiteit, Tech en Platformeconomie, Mica en Palmolie. Steeds meer pensioenfondsen betrekken vakbonden en NGO’s bij de analyse op ESG-risico’s in hun portefeuille, dankzij de netwerken die binnen het convenant zijn ontstaan.