Rond vergrijzing hangt een hardnekkig negatief beeld. Nederland (en heel Europa) zou langzaam dichtslibben met bejaarden. Met dergelijke woorden zit je al in het frame van ‘probleem’. Waar hebben de doemdenkers het dan over? Zware druk op de zorg, minder innovatie én een schatkist die kreunt onder de AOW. Maar laten we het eens omdraaien. Het is een kans, voor jezelf en voor Nederland.
Feit is: we worden ouder. Maar wat doen we met die extra jaren? Juist daar gaat het vaak mis: niet in de statistiek, maar in ons hoofd. Een economische analyse liet pas zien dat Nederlanders hun eigen levensverwachting structureel onderschatten. We weten best dat de kans op negentig groter is dan vroeger, maar als het over onszelf gaat, dan rekenen we stiekem met een ‘kortere film’. Die onderschatting is zelfs het grootst bij hoogopgeleide vrouwen — precies de groep die gemiddeld juist langer leeft. Dat is niet zomaar een onschuldige misvatting. Want wie haar/zijn horizon te vroeg laat eindigen, maakt andere keuzes: eerder stoppen met werken, te weinig buffer opbouwen of andere verkeerde pensioenkeuzes maken.
Gelukkig wonen we in een land met een uniek anker voor ouderen: pensioenfondsen. Waar de AOW vooral een omslagstelsel is (werkenden betalen de uitkering van nu), bouwen pensioenfondsen collectief vermogen op met geld dat je werkgever voor jou opzij liet zetten. Ofwel: de arbeidsvoorwaarde ‘pensioen’ als je in loondienst bent. Ja, verplicht sparen lijkt soms irritant. Maar internationaal zie je dat daar ‘pensioen’ vaak niet meer is dan een heel magere AOW. Ook in veel Europese landen. Dan is ons Nederlandse systeem van ijverige mieren feitelijk de juiste oplossing: het voorkomt dat we te veel als krekels in het heden leven (“ik regel dat later wel”). Het mooiste is: je pensioen blijft uitkeren zolang jij leeft. Word je 95? Dan loopt het door. Word je 120? Ook dan ontvang je nog pensioen.
Die zekerheid is geen uitnodiging om achterover te leunen, maar juist om vooruit te kijken. Voor jezelf en – met andere ogen naar je oudere medemensen te kijken. Zestigplussers zijn geen kostenpost, maar een bron van ervaring, netwerk en misschien wel ondernemerschap. Als je na je zestigste nog twintig, dertig jaar vóór je hebt, dan is pensioen niet alleen rust; het is ook ruimte. Voor werk dat je wél wilt doen, voor zorgen, leren, reizen, mantelzorg, vrijwilligerswerk, of dat bedrijfje dat eindelijk mag.
Kortom: tel je jaren niet af, maar tel ze mee. Oriënteer je met open ogen op een waarschijnlijk hogere leeftijd, scherp je doelen aan — en laat ons pensioenstelsel de geruststellende achtergrondmuziek zijn, gewoon elke maand weer.
Ger Jaarsma
Deze column is ook gepubliceerd in het Friesch Dagblad in januari 2026